De volgende morgen staat de schare al weer aan de overzij van de zee; zij hebben gezien dat daar geen ander bootje is geweest dan dat ene en dat Jezus niet samen met zijn leerlingen de boot is ingegaan,- nee, zijn leerlingen zijn alleen weggegaan.
Wel zijn er bootjes uit Tiberias aangekomen dicht bij het oord waar zij na de dankzegging van de Heer het brood gegeten hebben.
24
Wanneer dan de schare ziet dat Jezus daar niet is en zijn leerlingen ook niet, klimmen zij in de bootjes en gaan naar Kafarnaoem om Jezus te zoeken.
25
En als ze hem vinden (daar) aan de overkant van de zee zeggen ze tot hem: rabbi, wanneer bent u hier aangeland?
26
Jezus antwoordt hun en zegt: amen, amen, ik zeg u: ge zoekt mij, niet omdat ge tekenen hebt gezien nee, omdat ge hebt gegeten van de broden en op die weide zijt verzadigd;
27
werkt niet voor het voedsel dat verloren gaat nee, voor het voedsel dat blijft tot in eeuwig leven, en dat de mensenzoon u zal geven; want hem heeft de Vader, God zelf, bezegeld.
28
Dan zeggen ze tot hem: wat moeten we doen om werkzaam te zijn in de werken van God?
29
Jezus antwoordt en zegt tot hen: dit is het werk van God: dat ge vertrouwt op hem die hij heeft uitgezonden!