Instellingen

24


Wanneer dan de schare ziet

dat Jezus daar niet is
en zijn leerlingen ook niet,
klimmen zij in de bootjes
en gaan naar Kafarnaoem
om Jezus te zoeken.

25


En als ze hem vinden

(daar) aan de overkant van de zee
zeggen ze tot hem:
rabbi, wanneer bent u hier aangeland?

26


Jezus antwoordt hun en zegt:


amen, amen, ik zeg u: ge zoekt mij,

niet omdat ge tekenen hebt gezien
nee, omdat ge hebt gegeten van de broden
en op die weide zijt verzadigd;

27


werkt niet voor het voedsel

dat verloren gaat
nee, voor het voedsel dat blijft
tot in eeuwig leven,
en dat de mensenzoon u zal geven;
want hem heeft de Vader, God zelf, bezegeld.

28


Dan zeggen ze tot hem:

wat moeten we doen
om werkzaam te zijn
in de werken van God?

29


Jezus antwoordt en zegt tot hen:

dit is het werk van God:
dat ge vertrouwt op hem
die hij heeft uitgezonden!

30


Dan zeggen ze tot hem:

u?- welk teken doet u dan
en kunnen we zien
om te vertrouwen op u?-
wat is het werk dat u verricht?-

31


onze vaderen hebben

het manna gegeten in de woestijn
gelijk geschreven is:
‘brood uit de hemel gaf hij hun te eten’ (Ps. 78,24).

32


Dan zegt Jezus tot hen:


amen, amen, ik zeg u:

niet Mozes
heeft u het brood uit de hemel gegeven
nee, mijn Vader geeft het u,-
het waarachtige brood uit de hemel!-

33


want het brood van God

is hij die neerdaalt uit de hemel
en aan de wereld leven geeft.

34


Dan zeggen ze tot hem:

heer, geef ons altijd dat brood!

35


Jezus zegt tot hen:

ík ben het brood des levens;
wie tot mij komt
zal geenszins hongeren;
wie in mij gelooft
zal nooit of te nimmer dorsten (cf. Sirach 24,21)!-