Instellingen

1


Toen de dag van de Vijftigste

vervuld werd
zijn allen op die plek bijeen geweest.

2


Er geschiedt eensklaps

vanuit de hemel een ruisen zoals van
een geweldig gedreven ademen
en vult heel het huis
waar zij gezeten zijn geweest.

3


Er laten zich aan hen zien:

tongen -die zich verdelen- als van vuur;
het zet zich neer op ieder van hen.

4


Zij worden allen vervuld

van heilige geestesadem,
en beginnen te spreken in andere tongen
zoals de geestesadem hun geeft uit te spreken.

5


Maar de joden die te Jeruzalem huizen

zijn vrome mannen vanuit elk volk geweest
van die er onder de hemel zijn.

6


Maar als dat geluid geschiedt,

komt de menigte samen,-
en is verbijsterd, omdat zij
ieder in de eigen landstaal
hen hebben horen spreken.

7


Maar ze hebben versteld gestaan

en hebben verwonderd gezegd:
zie, zijn zij die daar spreken
niet allemaal Galileeërs?-

8


hoe kunnen wíj hen dan aanhoren,

ieder in onze eigen landstaal
waarin wij zijn geboren?-