Instellingen

1


Maar Saulus blaast nog steeds

dreiging en moord
tegen de leerlingen van de Heer.
Hij komt bij de heiligdomsoverste

2


en vraagt van hem

brieven aan Damascus,
voor de samenkomsten (daar),
om, als hij er vindt die van de Weg zijn,
mannen zowel als vrouwen,
ze gebonden
naar Jeruzalem te mogen leiden.

3


Maar terwijl hij voorttrekt

geschiedt het
als hij Damascus nadert
dat plotseling licht uit de hemel
hem omstraalt.

4


Hij valt op de aarde neer

en hoort een stem tot hem zeggen:
Saul, Saul, waarom vervolg je mij?

5


Maar hij zegt: wie bent u, Heer?

En hij: ík ben Jezus, die jíj vervolgt!,

6


echter, sta op en kom de stad binnen,

dan zal tot jou gesproken worden
wat je moet doen!

7


Maar de mannen die met hem onderweg zijn,

zijn sprakeloos blijven staan.
Zij horen de stem wel
maar worden niemand gewaar.

8


Maar Saul wordt wakker,

van de grond af,
maar hoewel zijn ogen open zijn
kan hij helemaal niet kijken!
Maar met handgeleide
leiden zij hem Damascus binnen.

9


Het is drie dagen geweest dat hij

niet kan kijken;
ook eet en drinkt hij niet.

10


Maar er is een zeker leerling

in Damascus, met de naam Ananias,
en tot hem zegt de Heer in een gezicht:
Ananias!
Hij zegt: zie, hier (ben) ik, Heer!

11


Maar de Heer zegt tot hem:

sta op, ga heen, op de straat aan
met roepnaam de Rechte,
en zoek in het huis van Judas
iemand met de naam
Saulus van Tarsus;
want zie, hij is in gebed

12


en heeft in een gezicht

een man met de naam Ananias
zien binnenkomen
die hem de handen oplegt,
opdat hij kan kijken.

13


Maar Ananias antwoordt:

Heer, ik heb van velen
over deze man gehoord,
hoeveel kwaad hij uw heiligen
gedaan heeft in Jeruzalem;

14


en hier heeft hij volmacht

van de heiligdomsoversten
om allen te binden
die uw naam aanroepen!

15


Maar de Heer zegt tot hem:

ga, omdat híj voor mij
een uitgelezen werktuig is
om mijn naam te torsen
voor het aanschijn van volkeren,
koningen en kinderen Israëls;

16


want ík zal hem tonen

hoeveel hij voor mijn naam moet lijden!

17


Maar Ananias gaat heen

en komt het huis binnen.
Hij legt hem de handen op en zegt:
Saul, broeder, de Heer
heeft mij uitgezonden, Jezus,
die zich aan jou heeft laten zien
op de weg waarover je kwam,-
opdat je kunt kijken
en vervuld wordt van heilige geest!

18


En meteen vallen hem als het ware

schellen van de ogen.
Hij kan kijken,
staat op en laat zich onderdompelen.

19


Hij neemt voedsel aan en wordt versterkt.

Maar het geschiedt als hij enkele dagen
bij de leerlingen in Damascus is

20


dat hij meteen in de samenkomsten

Jezus is gaan prediken:
dat híj de Zoon van God is.