Instellingen

8


Nee, wat zegt zij?-

‘dicht bij jou is het woord,
in je mond en in je hart!’ (Deut. 30,14);
dat is het woord des geloofs
dat wij prediken,-

9


omdat, als je met je mond belijdt

dat Jezus Heer is
en met je hart gelooft dat God
hem uit de doden heeft opgewekt,
je zult worden behouden.

10


Want met een hart gelooft men

tot gerechtigheid
en met een mond belijdt men
tot behoud.

11


Want de Schrift zegt:

al ’wie in geloof vertrouwt op hem
zal niet worden beschaamd’ (Jes. 28,16).

12


Want er is geen verschil tussen

Judeeër en Helleen;
want hij is aller Heer,
rijk jegens allen die hem aanroepen.

13


Want ‘al wie de naam van de Heer

zal aanroepen
zal worden behouden’ (Joël 3,5).