Instellingen

8


Niets moet ge aan iemand

schuldig blijven
dan elkaar lief te hebben;
want wie de ander liefheeft
heeft een Wet vervuld.

9


Want het ’niet vreemdgaan zul je,

niet moorden, niet stelen, niet begeren’

(Deut. 5,17-21)

en welk ander gebod ook,
wordt in dit woord onder één hoofd gebracht:
‘liefhebben zul je je naaste
zoals jezelf’ (Lev. 19,18).

10


De liefde bewerkt voor de naaste

geen kwaad;
vervulling van Wet is dan de liefde!

11


En dit

nu ge weet van het tijdsgewricht:
het uur is er thans
om uit uw slaap te ontwaken;
want nú is het heil ons dichterbij dan
toen we tot geloof kwamen.

12


De nacht loopt ten einde,

de dag is genaderd!-
ontdoen wij ons dan van
de werken van het duister
en kleden wij ons met
de wapenrusting van het licht!-

13


wandelen wij in goede vorm,

als op de dag!-
niet in zwelgpartijen en drinkgelagen,
niet in beslapingen en teugelloosheden,
niet in twist en naijver.

14


Nee, kleedt u met de Heer, Jezus Christus,

en laat de zorg voor het vlees
niet betekenen dat u begeerten kóestert!