Instellingen

1


Wij die vol kracht zijn, zijn verschuldigd

de zwakheden van wie niet krachtig zijn
te torsen, en niet onszelf te behagen.

2


Laat ieder van ons de naaste behagen

ten goede, tot opbouw.

3


Want ook de Gezalfde

heeft niet zichzelf behaagd,-
nee, zoals geschreven staat:
‘de smadingen van wie u smaden
zijn over mij gevallen’ (Ps. 69,10).

4


Want al wat tevoren werd geschreven,

werd geschreven om ons te onderrichten,
opdat wij door de volharding
en door de troosttoeroeping
van de Schriften de hoop vasthouden.

5


De God van de volharding

en de troosttoeroeping
moge u geven onder elkaar
op hetzelfde bedacht te zijn
overeenkomstig Christus Jezus,

6


opdat ge eensgezind met één mond

de God en Vader van onze Heer
Jezus Christus verheerlijkt.

7


Daarom, neemt elkaar aan

zoals ook de Gezalfde
ons heeft aangenomen,
tot glorie van God.

8


Want ik zeg dat Christus

voor de waarachtigheid van God
bedienaar van de besnijdenis geworden is,
om de aankondigingen aan de vaderen
te bevestigen,

9


en opdat de heidenen

voor zijn ontferming God zullen loven,
zoals geschreven staat:
‘daarom zal ik u belijden
onder heidenen
en voor uw naam psalmzingen!’ (Ps. 18,50);

10


en elders zegt hij:

‘weest vrolijk, heidenen,
samen met zijn gemeente!’ (Deut. 32,43);

11


en elders:

‘looft, alle heidenen, de Heer,
en laten alle gemeenschappen hem prijzen!’

(Ps. 117,1);

12


en elders zegt Jesaja:

‘het zal de wortel van Jesse zijn,
hij die opstaat
om over heidenen te heersen;
op hem zullen heidenen hopen!’ (Jes. 11,10).

13


Moge de God van de hoop

u vervullen van alle
vreugde en vrede in het geloven,
zodat gij overvloedig wordt
in de hoop,
in kracht van de heilige Geest!