Instellingen

1


Wij die vol kracht zijn, zijn verschuldigd

de zwakheden van wie niet krachtig zijn
te torsen, en niet onszelf te behagen.

2


Laat ieder van ons de naaste behagen

ten goede, tot opbouw.

3


Want ook de Gezalfde

heeft niet zichzelf behaagd,-
nee, zoals geschreven staat:
‘de smadingen van wie u smaden
zijn over mij gevallen’ (Ps. 69,10).

4


Want al wat tevoren werd geschreven,

werd geschreven om ons te onderrichten,
opdat wij door de volharding
en door de troosttoeroeping
van de Schriften de hoop vasthouden.

5


De God van de volharding

en de troosttoeroeping
moge u geven onder elkaar
op hetzelfde bedacht te zijn
overeenkomstig Christus Jezus,

6


opdat ge eensgezind met één mond

de God en Vader van onze Heer
Jezus Christus verheerlijkt.