Instellingen

21


Maar nu is buiten een wet om

rechtvaardiging door God
geopenbaard, betuigd door
de Wet en de profeten,

22


rechtvaardiging van Godswege

door het geloof van Christus,
voor allen die geloven.
Want er is geen onderscheid:

23


want allen hebben gezondigd

en zijn verstoken
van de glorie van God,

24


en worden gerechtvaardigd

om niet, uit zijn genade,
door de verlossing in Christus Jezus.

25


Hem heeft God tevoren aangewezen

als middel van verzoening door geloof,
in zijn bloed,
tot betoning van zijn rechtvaardiging
door de vergeving van de zonden
die tevoren zijn geschied

26


in het geduld van God,

voor de betoning van zijn rechtvaardiging
in het tijdsgewricht van nu,
zodat hij rechtvaardig blijft
ook als hij rechtvaardigt
wie leeft uit het geloof van Jezus.

27


Waar is dan de eigenroem?

Die is uitgesloten!
Door wat voor wet?-
één van werken?
Nee, door een wet van geloof!

28


Want wij mogen er op rekenen

dat een mens door geloof
wordt gerechtvaardigd,
los van werken van een wet.

29


Of is hij alleen de God van Judeeërs?-

niet ook van heidenen?
Ja, ook van heidenen,

30


als God tenminste één is,

die ‘besnijdenis’ zal rechtvaardigen
uit geloof
én ‘voorhuid’
door het geloof.