Laat dan de zonde geen koning zijn in uw sterfelijke lichaam zodat ge gehoorzaamt aan de verlangens daarvan,
13
en stelt uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapenrusting van ongerechtigheid, maar stelt uzelf ter beschikking aan God, u die uit de doden lééft, en uw leden als wapenrusting van gerechtigheid aan God,
14
want zonde zal geen heer over u zijn; want ge staat niet onder een wet maar onder genade.