Instellingen

11


Zo ook gíj: rekent ermee

dat gij dood zijt voor de zonde
maar levend voor God
in Christus Jezus.

12


Laat dan de zonde geen koning zijn

in uw sterfelijke lichaam
zodat ge gehoorzaamt
aan de verlangens daarvan,

13


en stelt uw leden niet ter beschikking

aan de zonde
als wapenrusting van ongerechtigheid,
maar stelt uzelf ter beschikking aan God,
u die uit de doden lééft,
en uw leden
als wapenrusting van gerechtigheid
aan God,

14


want zonde zal geen heer over u zijn;

want ge staat niet onder een wet
maar onder genade.