Instellingen

19


Ik zeg het menselijk

vanwege de zwakheid van uw vlees.
Want zoals gij uw leden
dienstbaar hebt gesteld aan
de onreinheid en aan de on-wettigheid
tot nog meer on-wettigheid,
zo hebt ge nu uw leden
dienstbaar gesteld aan de gerechtigheid
tot heiligmaking.

20


Want toen ge dienstknechten waart

van de zonde,
waart ge vrij van de gerechtigheid.

21


Welke vrucht dan hebt ge toen gehad?-

dingen waarover ge u nu schaamt!
Want het einde van die dingen
is: dood.

22


Maar nu,

vrijgemaakt van de zonde
en dienstbaar geworden aan God
hebt ge uw vrucht
tot heiligmaking,
en als het einde: eeuwig leven.

23


Want de bezoldiging* Of: het loon. der zonde

is: dood,
maar de begenadiging door God
is: eeuwig leven
in Christus Jezus, onze Heer.