Ge hebt niet een geest van knechtschap ontvangen om u opnieuw vrees aan te jagen, nee, ge hebt ontvangen een geest van aanneming tot zonen-en-dochters, door wie wij schreeuwen: Abba!, Vader!
16
De Geest zelf betuigt mee met onze geest dat wij kinderen van God zijn.
17
Indien kinderen, dan ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen met Christus, daar we immers mét hem lijden om ook mét hem verheerlijkt te worden.