Instellingen

1


Wordt navolgers van mij,

zoals ook ik van Christus!

2


Maar ik prijs het in u dat ge

in alles mij indachtig blijft
en de gegeven overleveringen vasthoudt
zoals ik ze u heb doorgegeven.

3


Maar wel wil ik dat ge weet

dat de Gezalfde het hoofd is van elke man,
de man het hoofd van de vrouw
en God het hoofd van de Gezalfde.

4


Elke man die bidt of profeteert

met iets op het hoofd
maakt zijn hoofd te schande;

5


maar elke vrouw die bidt of profeteert

met onbedekt hoofd
maakt haar hoofd te schande;
het is immers een-en-hetzelfde
als voor de kaalgeschorene.

6


Want als een vrouw zich niet bedekt,

moet ze zich ook maar laten knippen;
en als het schandelijk voor een vrouw is
om geknipt te worden of kaalgeschoren,
laat ze zich dan bedekken!

7


Want een man hoeft zich het hoofd

niet te bedekken,
omdat hij beeld en heerlijkheid van God is;
maar de vrouw
is de heerlijkheid van een man.

8


Want het is niet een man uit een vrouw,

maar een vrouw uit een man.

9


Ook immers is er niet een man geschapen

ter wille van de vrouw,
maar een vrouw ter wille van de man.

10


Daarom behoort de vrouw

een teken van gezag op het hoofd te hebben,
ter wille van de engelen.

11


In de eenheid met de Heer echter

is een vrouw niet zonder een man
en een man niet zonder een vrouw;

12


want zoals de vrouw er vanuit de man is,

zo is ook de man er door de vrouw;
en alles is er vanuit God.

13


Oordeelt u nu eens bij uzelf:

is het passend
dat een vrouw zonder bedekking
bidt tot God?-

14


leert de natuur zelf u niet

dat als een man lang haar heeft
dit een on-eer voor hem is,

15


maar als een vrouw lang haar heeft

dat dit heerlijkheid voor haar is,
omdat het lange haar haar is gegeven
in plaats van een sluier.

16


Als iemand meent

twistbelust te moeten zijn…
wij hebben zo’n gewoonte niet,
en evenmin de vergaderingen van God.

17


Nu ik dit verkondig

prijs ik het niet
dat ge niet tot verbetering
maar tot verergering samenkomt.

18


Allereerst immers hoor ik dat er

als ge in vergadering samenkomt
scheuringen bij u zijn,
en voor een deel geloof ik dat.

19


Want het is onvermijdelijk

dat er bij u partijvormingen zijn,
opdat de beproevingsbestendigen bij u
aan het licht komen.

20


Maar zoals ge nu op één plaats samenkomt

is dat niet een eten
van de maaltijd des Heren;

21


want ieder neemt bij dat eten

eerst de eigen maaltijd tot zich,
zodat de een honger lijdt
en de ander dronken is.

22


Hebt ge geen eigen huizen

om te eten en te drinken?-
of minacht ge de vergadering van God
dat ge wie niets hebben beschaamd maakt?
Wat moet ik tot u zeggen? Moet ik u prijzen?
Hierin prijs ik u niet!

23


Zelf heb ik van de Heer mogen aannemen

wat ik aan u
als overlevering heb doorgegeven:
dat de Heer Jezus
in de nacht waarin hij werd overgegeven
een brood aannam

24


en na een dankzegging brak, en zei:

dit is mijn lichaam, het is voor u;
blijft dit doen, om mij te gedenken!

25


Evenzo ook de drinkbeker ná de maaltijd,

zeggend:
deze drinkbeker is
‘het nieuwe verbond door mijn bloed’

(Jer. 31,31; Ex. 24,8);

blijft dit doen, zo dikwijls gij drinkt,
om mij te gedenken!

26


Ja, zo dikwijls ge dit brood eet

en de beker drinkt,
verkondigt gij de dood des Heren,
totdat hij komt.

27


Daarom zal al wie op onwaardige wijze

het brood eet of de beker des Heren drinkt,
zich bezondigen aan het lichaam
en het bloed van de Heer.

28


Maar laat een mens zichzelf beproeven,

en zó eten van het brood
en drinken uit de beker;

29


want wie eet en drinkt

eet en drinkt zich een oordeel
als hij het lichaam
niet naar waarde beoordeelt.

30


Daarom zijn er bij u

zovelen zwak en ziek
en ontslapen er heel wat.