Paulus, door de wil van God apostel van Christus Jezus,- en Timoteüs de broeder, aan de vergadering van God te Korinte, met alle heiligen in heel Achaje:
genade voor u en vrede, van God onze Vader en de Heer, Jezus Christus!
3
Gezegend zij God, de Vader van onze Heer, Jezus Christus, de vader der barmhartigheden, de God van alle bemoediging,
4
die ons bemoedigt in al onze verdrukking, zodat wij in staat zijn om anderen te bemoedigen in alle verdrukking, door de bemoediging waarmee wijzelf bemoedigd worden door God!
5
Want zoals het lijden van de Gezalfde overvloedig over ons komt, zo komt door de Gezalfde ook onze bemoediging in overvloed.
6
Als we verdrukt worden is het voor uw bemoediging en behoud, en als we bemoedigd worden is het óók voor uw bemoediging,- die zich werkzaam toont in het verduren van hetzelfde lijden dat ook wij te lijden hebben.
7
Onze hoop voor u is gegrond, nu wij weten: zoals ge deel hebt aan het lijden hebt ge dat ook aan de bemoediging!
8
Want wij willen niet dat ge onwetend blijft, broeders-en-zusters, van onze verdrukking, die ons heeft getroffen in Asia: dat wij zó bovenmate en boven machte belast zijn geweest dat we zelfs wanhoopten aan ons leven.
9
Echt, zelf hadden we daarin de terdoodveroordeling al in handen, zodat we niet meer op onszelf konden vertrouwen maar alleen nog op de God die de doden opwekt!
10
Die hééft ons uit die grote dood gered en zál ons redden, hij op wie wij onze hoop hebben gevestigd dat hij ons nogmaals zal redden,-
11
terwijl ook gij mee-arbeidt voor ons door voor ons te bidden. Dan zal uit veler aanschijn om de begenadiging aan ons verleend, door velen dank worden gezegd voor ons.