ik weet dat een mens in eenheid met Christus, veertien jaren geleden -of het ín het lichaam was weet ik niet, of het buiten het lichaam was weet ik niet, God weet het- dat zo iemand is meegevoerd tot in de derde hemel.
3
En ik weet dat zo’n mens -of het ín het lichaam was of los van het lichaam weet ik niet, dat weet God-
4
dat hij is meegevoerd naar het paradijs en onzegbare dingen heeft horen zeggen die een mens niet mag uitspreken.
5
Over zo iemand zal ik roemen, maar over mijzelf zal ik niet roemen behalve in mijn zwakheden.
6
Want als ik mij zal willen beroemen zal ik ook niet onverstandig zijn, want ik zal zeggen wat waarheid is; maar ik houd mij in, opdat niemand over mij hoger zal denken dan hij van mij ziet of uit mij hoort,
7
ook in de overvloed van de openbaringen; daarom, opdat ik mij niet zal verheffen is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van satan, om mij vuistslagen te geven opdat ik mij niet zal verheffen.
8
Hierover heb ik driemaal de Heer aangeroepen dat hij van mij zou afstaan.
9
En toen heeft hij tot mij gezegd: mijn genade is voor jou genoeg; want de kracht wordt in zwakheid volbracht! Het liefst zal ik dan eerder roemen in mijn zwakheden, opdat op mij komt wonen de kracht van de Gezalfde.
10
Daarom heb ik welbehagen in zwakheden, in beledigingen, in noden, in vervolgingen en benauwingen ter wille van Christus; want wanneer ik zwak ben, dán ben ik krachtig!
11
Ik ben onverstandig geworden; ú hebt me gedwongen. Want ík hoorde door u aangeprezen te worden. Want ík ben in niets tekortgeschoten bij de voortreffelijkste apostelen, al ben ik ook niets.