Voor zo iemand is de bestraffing door de meesten van u wel genoeg,
7
zodat ge daarentegen hem beter kunt begenadigen en bemoedigen, anders wordt zo iemand verzwolgen door een overvloediger droefheid.
8
Daarom moedig ik u aan liefde jegens hem te laten gelden;
9
daartoe immers schreef ik ook, om proefondervindelijk van u te leren kennen of ge in alles gehoorzaam zijt;
10
welnu, begenadigt gij iemand voor iets, dan ik ook; want ben ik zelf met iets genadig geweest, áls ik genadig ben geweest, dan is het vanwege u, voor het aanschijn van Christus,
11
opdat wij niet worden overtroffen door de satan; want van zijn gedachten zijn wij niet onkundig!