Instellingen

5


Als iemand droefheid heeft veroorzaakt

heeft hij niet mij bedroefd,
maar voor een deel
-laat ik het niet te zwaar maken- u allen.

6


Voor zo iemand is de bestraffing

door de meesten van u wel genoeg,

7


zodat ge daarentegen hem beter kunt

begenadigen en bemoedigen,
anders wordt zo iemand verzwolgen
door een overvloediger droefheid.

8


Daarom moedig ik u aan

liefde jegens hem te laten gelden;

9


daartoe immers schreef ik ook,

om proefondervindelijk
van u te leren kennen
of ge in alles gehoorzaam zijt;

10


welnu, begenadigt gij iemand voor iets,

dan ik ook;
want ben ik zelf met iets genadig geweest,
áls ik genadig ben geweest,
dan is het vanwege u,
voor het aanschijn van Christus,

11


opdat wij niet worden overtroffen

door de satan;
want van zijn gedachten zijn wij niet
onkundig!