Instellingen

12


Nu wij dus een zodanige hoop koesteren,

gebruiken wij grote vrijheid van spreken,

13


heel anders dan Mozes

die ‘een bedekking voor zijn aanschijn deed’

(Ex. 34,33-35)

dat de kinderen Israëls niet zouden kijken
naar het einde van wat zou vergaan.

14


Nee, hun gedachten raakten verhard;

want tot aan de dag van heden
blijft diezelfde bedekking er
bij de voorlezing van het oude verbond,
en wordt die bedekking niet weggenomen
omdat zij door Christus vergaat.

15


Nee, tot vandaag toe ligt er,

telkens als Mozes wordt voorgelezen,
een bedekking over hun hart;

16


‘maar telkens als hij zich wendt tot de Heer,

wordt de bedekking weggenomen’

(Ex. 34,34).

17


Welnu, ‘de Heer’ is hier de Geest;

en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.

18


En wij allen, die met onbedekt aanschijn

de heerlijkheid des Heren weerspiegelen,
worden naar datzelfde beeld
van gedaante veranderd,
van heerlijkheid tot heerlijkheid,
zoals dat is door de Heer die Geest is.