Want de God die gezegd heeft ‘uit het duister zal licht schijnen’, (Gen. 1,3) is het die heeft geschenen in onze harten,- tot verlichting met de kennis van Gods heerlijkheid in het aangezicht van Christus.
Maar wij hebben deze schat in aardewerken vaten, zodat zal blijken dat die overgrote kracht uit God is en niet uit ons,-
8
in alles verdrukt maar niet in het nauw gebracht, om raad verlegen maar niet radeloos,
9
vervolgd maar niet verlaten, neergeworpen maar niet verloren,
10
altijd de doding van Jezus in het lichaam omdragend, opdat ook het léven van Jezus in ons lichaam blijkt,
11
voortdurend immers worden wij die leven om Jezus’ wil prijsgegeven aan de dood, opdat ook het léven van Jezus blijkt in ons sterfelijke vlees,
12
zodat de dood in óns zijn werk doet maar het leven in ú.
13
En nu wij dezelfde geest des geloofs hebben waarin geschreven staat ‘ik heb geloofd en daarom sprak ik’ (Ps. 116,10), geloven ook wij en spreken we daarom ook,
14
wetende dat hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook óns samen met Jezus zal opwekken en samen met u voor zich stellen.