Instellingen

6


Want de God die gezegd heeft

‘uit het duister zal licht schijnen’, (Gen. 1,3)
is het die heeft geschenen in onze harten,-
tot verlichting met de kennis van
Gods heerlijkheid
in het aangezicht van Christus.

7


Maar wij hebben deze schat

in aardewerken vaten,
zodat zal blijken dat die overgrote kracht
uit God is en niet uit ons,-

8


in alles verdrukt

maar niet in het nauw gebracht,
om raad verlegen maar niet radeloos,

9


vervolgd maar niet verlaten,

neergeworpen maar niet verloren,

10


altijd de doding van Jezus

in het lichaam omdragend,
opdat ook het léven van Jezus
in ons lichaam blijkt,

11


voortdurend immers worden wij die leven

om Jezus’ wil prijsgegeven aan de dood,
opdat ook het léven van Jezus
blijkt
in ons sterfelijke vlees,

12


zodat de dood

in óns zijn werk doet
maar het leven in ú.

13


En nu wij

dezelfde geest des geloofs hebben
waarin geschreven staat
‘ik heb geloofd en daarom sprak ik’

(Ps. 116,10),

geloven ook wij en
spreken we daarom ook,

14


wetende dat hij die

de Heer Jezus heeft opgewekt
ook óns samen met Jezus zal opwekken
en samen met u voor zich stellen.