in alles verdrukt maar niet in het nauw gebracht, om raad verlegen maar niet radeloos,
9
vervolgd maar niet verlaten, neergeworpen maar niet verloren,
10
altijd de doding van Jezus in het lichaam omdragend, opdat ook het léven van Jezus in ons lichaam blijkt,
11
voortdurend immers worden wij die leven om Jezus’ wil prijsgegeven aan de dood, opdat ook het léven van Jezus blijkt in ons sterfelijke vlees,
12
zodat de dood in óns zijn werk doet maar het leven in ú.
13
En nu wij dezelfde geest des geloofs hebben waarin geschreven staat ‘ik heb geloofd en daarom sprak ik’ (Ps. 116,10), geloven ook wij en spreken we daarom ook,
14
wetende dat hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook óns samen met Jezus zal opwekken en samen met u voor zich stellen.
15
Want het is alles omwille van ú, opdat de genade, vermeerderd omwille van steeds meer, overvloedige dankzegging zal voortbrengen tot verheerlijking van God.
16
Daarom versagen wij niet; nee, ook al vergaat onze uitwendige mens, onze inwendige mens echter wordt van dag tot dag vernieuwd.
17
Want de tijdelijke lichte last der verdrukking bewerkt voor ons een onovertroffen onovertreffelijk eeuwige zwaarte aan glorie,
18
daar wij onze blik niet gericht houden op de zichtbare maar op de onzichtbare dingen; want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, maar de onzichtbare eeuwig.