Instellingen

11


Nu wij weten wat ontzag voor de Heer is

trachten wij mensen te overtuigen,
maar voor God zijn wij een open boek,-
en naar ik hoop ook een open boek voor u,
als ge bij uw gewetens te rade gaat.

12


Niet dat we onszelf

opnieuw aan u aanbevelen,
nee, het is om u een reden te geven
om trots te zijn op ons,- zodat ge
iets hebt terug te zeggen tegen hen
die hun redenen voor trots zoeken
in het aanschijn en niet in het hart.

13


Want als we uitzinnig zijn geweest

was het voor God,
en als we bezonnen zijn
is het voor u.

14


Want de liefde van Christus drijft ons,

nu wij tot dít oordeel zijn gekomen:
is één voor allen gestorven
dan zijn állen gestorven;

15


en hij is voor allen gestorven

opdat de levenden niet meer
voor zichzelf zullen leven
maar voor hem die voor hen
gestorven is en opgewekt.

16


Dus beoordelen wíj van nu af niemand

naar het vlees;
ook al hebben wij Christus leren kennen
naar het vlees,
nu echter kennen wij niet meer zo.

17


Want al wie één met Christus is,

is een nieuwe schepping;
al het oude is voorbijgegaan,
zie het is nieuw geworden!

18


Maar dat alles is uit God,

die ons met zichzelf verzoend heeft
door Christus,
en óns gegeven heeft
de dienst der verzoening,

19


als dat het God is geweest

die in Christus de wereld heeft verzoend
met zich, en aan hen hun misstappen
niet heeft toegerekend,
en die het woord der verzoening
in ons heeft gelegd.