en hij is voor allen gestorven opdat de levenden niet meer voor zichzelf zullen leven maar voor hem die voor hen gestorven is en opgewekt.
16
Dus beoordelen wíj van nu af niemand naar het vlees; ook al hebben wij Christus leren kennen naar het vlees, nu echter kennen wij niet meer zo.
17
Want al wie één met Christus is, is een nieuwe schepping; al het oude is voorbijgegaan, zie het is nieuw geworden!
18
Maar dat alles is uit God, die ons met zichzelf verzoend heeft door Christus, en óns gegeven heeft de dienst der verzoening,
19
als dat het God is geweest die in Christus de wereld heeft verzoend met zich, en aan hen hun misstappen niet heeft toegerekend, en die het woord der verzoening in ons heeft gelegd.
20
Omwille van Christus zijn wij gezanten, zodat God door óns oproept;* Of: bemoedigt. wij smeken omwille van Christus: laat u met God verzoenen!
21
Hem die geen zonde heeft gekend heeft hij voor ons tot zonde* Of: (naar Lev. 4,20) ontzondiging. gemaakt, opdat wij zouden worden: Gods gerechtigheid,- in eenheid met hem.