zijn wij dus vol goede moed en hebben wij er meer behagen in buiten het lichaam te vertoeven en te vertoeven bij de Heer.
9
Daarom streven wij er ook naar, hetzij inwonend of uitwonend, hem welgevallig te zijn.
10
Want allen moeten wij verschijnen voor de rechterstoel van de Gezalfde, opdat ieder zal meekrijgen voor wat hij in het lichaam verricht heeft, hetzij goed hetzij kwaad.