Instellingen

6


Vol goede moed dan te allen tijde,

en wetende
dat wij, vertoevend in het lichaam,
niet bij de Heer vertoeven,

7


-want wij wandelen in geloof

en niet in weten-

8


zijn wij dus vol goede moed

en hebben wij er meer behagen in
buiten het lichaam te vertoeven
en te vertoeven bij de Heer.

9


Daarom streven wij er ook naar,

hetzij inwonend of uitwonend,
hem welgevallig te zijn.

10


Want allen moeten wij verschijnen

voor de rechterstoel van de Gezalfde,
opdat ieder zal meekrijgen
voor wat hij in het lichaam verricht heeft,
hetzij goed hetzij kwaad.