Maar zoals ge in alles overvloedig zijt, in geloof en spreken en godskennis, in alle inzet en in de liefde van ons uit in u,- moogt ge ook in dit genadewerk overvloedig worden.
Niet als opdracht zeg ik dit, maar als iemand die door de inzet van anderen ook de echtheid van uw liefde toetst.
9
Want ge kent het genadewerk van onze Heer Jezus Christus, dat hij om u arm is geworden terwijl hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.
10
Het is een mening die ik u hierin geef; want dat is nuttig voor u, die eerder al niet alleen het doen maar ook het willen zijt begonnen, vanaf vorig jaar;
11
maar voltooit nu het doen, opdat, overeenkomstig het verlangen in het willen, zo ook de voltooiing er zal zijn vanuit wat ge hebt.
12
Want als het verlangen er is, is alles welkom al naar men heeft, niet naar wat men niet heeft.
13
Want het gaat niet om verlichting voor anderen maar verdrukking voor u; nee, vanuit een evenwicht.
14
In het tijdsgewricht van nu uw overvloed voor hun tekort, opdat ook bij hen overvloed ontstaat voor úw tekort, zodat er een evenwicht ontstaat,
15
zoals geschreven is: ‘wie veel had, had niet te veel, en wie weinig had, had niet te weinig’ (Ex. 16,18).