Instellingen

1


Ook ú die doden zijt geweest

in uw misdaden en uw zonden

2


waarin ge vroeger gewandeld hebt

volgens de maatstaf van deze eeuw
en de overste van de zeggenschap
in de lucht:
de geest die ook nú werkzaam is
in de zonen der ongehoorzaamheid,

3


onder wie ook wíj hebben verkeerd

in de verlangens van ons vlees,
toen we alles deden
wat het vlees en de gedachten wilden:
uit genade zijt ge gered!
Van nature waren wij, evenzeer als
de overigen, kinderen des toorns,

4


maar God, die rijk is in ontferming,

heeft door zijn veelvuldige liefde
waarmee hij ons heeft liefgehad

5


ook óns, die in misdaden doden waren,

met de Gezalfde mee levend gemaakt;
vanwege genade zijt ge
mensen die gered zijn;

6


hij heeft ons

in Christus Jezus mee-opgewekt
en met hem een zetel gegeven
in de hemelse gewesten,

7


om in de eeuwen die komen

de allesovertreffende rijkdom
van zijn genade
te tonen
in goedgunstigheid over ons
in Christus Jezus.

8


Ja, vanwege de genade

zijt gij mensen die gered zijn door het geloof;
en dat niet dankzij uzelf:
Gods gave is het;

9


niet dankzij uw werken,-

laat niemand zich daarop beroemen!

10


Want zijn maaksel zijn wij,

in Christus Jezus geschapen
voor goede werken,
die God heeft voorbereid
opdat wij daarin zullen wandelen.