waarin ge vroeger gewandeld hebt volgens de maatstaf van deze eeuw en de overste van de zeggenschap in de lucht: de geest die ook nú werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid,
3
onder wie ook wíj hebben verkeerd in de verlangens van ons vlees, toen we alles deden wat het vlees en de gedachten wilden: uit genade zijt ge gered! Van nature waren wij, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns,
4
maar God, die rijk is in ontferming, heeft door zijn veelvuldige liefde waarmee hij ons heeft liefgehad
5
ook óns, die in misdaden doden waren, met de Gezalfde mee levend gemaakt; vanwege genade zijt ge mensen die gered zijn;
6
hij heeft ons in Christus Jezus mee-opgewekt en met hem een zetel gegeven in de hemelse gewesten,
7
om in de eeuwen die komen de allesovertreffende rijkdom van zijn genade te tonen in goedgunstigheid over ons in Christus Jezus.
8
Ja, vanwege de genade zijt gij mensen die gered zijn door het geloof; en dat niet dankzij uzelf: Gods gave is het;
9
niet dankzij uw werken,- laat niemand zich daarop beroemen!
10
Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God heeft voorbereid opdat wij daarin zullen wandelen.