Daarom, weest indachtig dat ééns gíj, de heidenvolkeren, die om hun vlees ‘voorhuid’ werden genoemd door wat zich ‘besnijdenis’ noemde, een ingreep van mensenhanden in het vlees!,
dat ge toentertijd zonder Christus zijt geweest, verstoken van het burgerschap van Israël en vreemd aan de verbondsbeloften, zonder hoop en zonder God in de wereld.
13
Maar nu zijt gij die ééns ver weg zijt geweest door Christus Jezus ‘nabij’ geworden (Jes. 57,19), door het bloed van de Gezalfde.