Daarom, weest indachtig dat ééns gíj, de heidenvolkeren, die om hun vlees ‘voorhuid’ werden genoemd door wat zich ‘besnijdenis’ noemde, een ingreep van mensenhanden in het vlees!,
dat ge toentertijd zonder Christus zijt geweest, verstoken van het burgerschap van Israël en vreemd aan de verbondsbeloften, zonder hoop en zonder God in de wereld.
13
Maar nu zijt gij die ééns ver weg zijt geweest door Christus Jezus ‘nabij’ geworden (Jes. 57,19), door het bloed van de Gezalfde.
14
Want hij is onze vrede, die de beide delen één gemaakt heeft en de tussenmuur die scheiding maakte, de vijandschap, heeft weggebroken met inzet van zijn vlees,
15
door de Wet, vol geboden in de vorm van menselijke verordeningen, buiten werking te stellen, om de twee met inzet van zichzelf te herscheppen tot één nieuwe mens, zo vrede stichtend,
16
en om die beide in één lichaam te verzoenen met God, door middel van het kruis, zo de vijandschap dodend met inzet van zichzelf.
17
Bij zijn komst heeft hij u verkondigd: ‘vrede voor wie ver weg zijn en vrede voor wie nabij zijn’ (Jes. 57,19),
18
want door hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader.
19
Dus zijt ge dan geen ‘vreemdelingen en bijwoners’ meer, nee, ge zijt medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,
20
gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is
21
op wie heel dat welsaamgevoegde gebouw uitgroeit tot een heilige tempel, in de Heer,
22
in wie ook gij mee-opgebouwd wordt tot behuizing van God, in de Geest.