Instellingen

1


Dankzij dit ben ik, Paulus,

de gevangene van de Gezalfde, van Jezus,
voor ú, de heidenen,

2


als ge tenminste hebt gehoord

van het beheer van Gods genade
die voor ú aan mij is gegeven:

3


dat door openbaring aan mij

het heilsgeheim bekend is gemaakt
-zoals ik eerder in het kort al schreef-

4


waaraan ge, wanneer ge dit leest,

u mijn inzicht kunt voorstellen
in het heilsgeheim van de Gezalfde.

5


In andere generaties is het niet zo

bekendgemaakt
aan de zonen-en-dochters der mensen
als het nu door de Geest geopenbaard is
aan zijn heilige apostelen en profeten:

6


dat de heidenvolkeren

mede-erfgenamen zijn,
mede-lichaam van en mede-deelhebbers aan
de aankondiging in Christus Jezus,
door middel van de evangelieverkondiging,

7


waarvan ik een bediende ben geworden

ten gevolge van de gave van Gods genade,
die aan mij gegeven is
ten gevolge van
de inwerking van zijn kracht!

8


Aan mij, de minste van alle heiligen,

is deze genade gegeven:
aan de heidenvolkeren
het evangelie te verkondigen
van de ondoorgrondelijke rijkdom
van de Gezalfde,

9


en in het licht te stellen

hoe het beheer is van het heilsgeheim
dat van de eeuwigheden af
verborgen is geweest
in God die alles heeft geschapen,

10


opdat nu aan de overheden

en de gezagsdragers
in de hemelse regionen
door middel van de vergadering
bekendgemaakt wordt
de veelkleurige wijsheid van God,

11


overeenkomstig het voornemen

van eeuwigheden her
dat hij heeft verwerkelijkt in Christus Jezus,

12


door wie wij de vrijmoedige toegang hebben,

vol vertrouwen vanwege zijn geloof.* Meestal vertaald met: (ons) geloof in hem (Jezus).