Naardense Bijbel > zoeken
Dit zeg ik dan, en ik betuig het in de Heer: gij moet niet meer wandelen zoals de heidenen wandelen in de vergeefsheid van hun denken:
met hun dóórdenken in duisternis gehuld, vervreemd van het leven van God, door de on-kennis die onder hen heerst, door de verharding van hun hart;