Instellingen

17


Dit zeg ik dan,

en ik betuig het in de Heer:
gij moet niet meer wandelen
zoals de heidenen wandelen
in de vergeefsheid van hun denken:

18


met hun dóórdenken in duisternis gehuld,

vervreemd van het leven van God,
door de on-kennis die onder hen heerst,
door de verharding van hun hart;