Instellingen

17


Dit zeg ik dan,

en ik betuig het in de Heer:
gij moet niet meer wandelen
zoals de heidenen wandelen
in de vergeefsheid van hun denken:

18


met hun dóórdenken in duisternis gehuld,

vervreemd van het leven van God,
door de on-kennis die onder hen heerst,
door de verharding van hun hart;

19


eenmaal gevoelloos geworden

hebben zij zich onbeteugeld
eraan overgegeven om inhalig
van alle mogelijke onzedelijkheid
hun bedrijf te maken.

20


Maar gíj hebt niet zó

de Gezalfde leren kennen,

21


als ge tenminste naar hem hebt gehoord

en in hem onderricht zijt
zoals waarheid is in Jezus,

22


dat ge tegen uw eerdere gedrag in

het oude mens-zijn moet afleggen
dat tegen de bedrieglijke verlangens in
te gronde gaat,

23


dat ge vernieuwd moet worden

door de geest van uw denken

24


en het nieuwe mens-zijn moet aantrekken

dat naar God geschapen is
in waarachtige gerechtigheid
en heiligheid.