Naardense Bijbel > zoeken
Dit zeg ik dan, en ik betuig het in de Heer: gij moet niet meer wandelen zoals de heidenen wandelen in de vergeefsheid van hun denken:
met hun dóórdenken in duisternis gehuld, vervreemd van het leven van God, door de on-kennis die onder hen heerst, door de verharding van hun hart;
eenmaal gevoelloos geworden hebben zij zich onbeteugeld eraan overgegeven om inhalig van alle mogelijke onzedelijkheid hun bedrijf te maken.
Maar gíj hebt niet zó de Gezalfde leren kennen,
als ge tenminste naar hem hebt gehoord en in hem onderricht zijt zoals waarheid is in Jezus,
dat ge tegen uw eerdere gedrag in het oude mens-zijn moet afleggen dat tegen de bedrieglijke verlangens in te gronde gaat,
dat ge vernieuwd moet worden door de geest van uw denken
en het nieuwe mens-zijn moet aantrekken dat naar God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.
Daarom: legt de leugen af en ‘spreekt waarheid, ieder met zijn naaste’ (Zach. 8,16), omdat wij ledematen van elkaar zijn;