‘weest toornig maar zondigt niet’ (Ps. 4,5): laat de zon over uw toorn niet ondergaan,
27
en geeft geen plek aan de uiteenwerper;
28
de dief moet niet meer stelen maar zich liever moe maken door met de eigen handen het goed bijeen te werken,- dan heeft hij iets om weg te geven aan wie gebrek heeft;
29
laat geen enkel rot woord uit uw mond voortkomen,- alleen maar iets goeds, tot opbouw, waar gebrek aan is; dan geeft dat genade aan allen die het horen;
30
bedroeft de heilige Geest van God niet waarmee ge zijt gezegeld en gestempeld tot aan de dag van de verlossing.
31
Laat alle wrok, drift, toorn, geschreeuw en lastering met alle kwaad van dien van u worden weggenomen,
32
en weest jegens elkaar goedertieren, barmhartig en elkander begenadigend, zoals ook God in Christus u begenadigd heeft!