en wandelt in liefde, zoals ook de Gezalfde u heeft liefgehad en zichzelf voor u heeft prijsgegeven als opgangsgave en offerande, voor God tot welriekende reuk.
3
Dus ontucht en alle onzedelijkheid, of hebzucht, mag bij u geen naam hebben,- zoals het heiligen past,
4
net zomin als schandtaal, zotteklap of laffe praat, die geen pas geven; maar wel: dankzegging!
5
Want weest hiermee bekend: dat elke ontuchtige of zedeloze of hebzuchtige, die dus een beeldenvereerder is, geen erfdeel heeft in het koninkrijk van de Gezalfde en van God!
6
Laat niemand u misleiden met loze woorden; want door zulke dingen komt de toorn van God over de zonen-en-dochters der ongehoorzaamheid;
7
wordt dan hun mede-deelgenoten niet!-
8
want ooit waart ge duisternis, maar nu zijt ge licht, in eenheid met de Heer; wandelt als kinderen van licht!,
9
-want de vrucht van het licht bestaat in alle goedheid en gerechtigheid en waarachtigheid-
10
wikkend en wegend wat welgevallig is aan de Heer;
11
en hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer ook,
12
want wat in het verborgene door hen geschiedt is te schandelijk om zelfs maar te zeggen;
13
maar al wat door het licht wordt ontmaskerd, wordt openbaar;
14
ja, al wat openbaar gemaakt wordt is licht. Daarom wordt er gezegd: ontwaak, jij die slaapt, en sta op uit de doden, en de Gezalfde zal over jou schijnen!