Instellingen

1


Wordt dan,

als kinderen van zijn liefde,
na-doeners van God,

2


en wandelt in liefde,

zoals ook de Gezalfde u heeft liefgehad
en zichzelf voor u heeft prijsgegeven
als opgangsgave en offerande,
voor God tot welriekende reuk.

3


Dus ontucht en alle onzedelijkheid,

of hebzucht,
mag bij u geen naam hebben,-
zoals het heiligen past,

4


net zomin als schandtaal, zotteklap

of laffe praat, die geen pas geven;
maar wel: dankzegging!

5


Want weest hiermee bekend:

dat elke ontuchtige of zedeloze
of hebzuchtige,
die dus een beeldenvereerder is,
geen erfdeel heeft in het koninkrijk
van de Gezalfde en van God!

6


Laat niemand u misleiden

met loze woorden;
want door zulke dingen
komt de toorn van God
over de zonen-en-dochters
der ongehoorzaamheid;

7


wordt dan hun mede-deelgenoten niet!-

8


want ooit waart ge duisternis,

maar nu zijt ge licht,
in eenheid met de Heer;
wandelt als kinderen van licht!,

9


-want de vrucht van het licht bestaat in

alle goedheid en gerechtigheid
en waarachtigheid-