| 18 | En ‘bedwelmt u niet aan wijn’ (Spr. 23,31), want dat maakt reddeloos, maar wordt vervuld van Geest,
| |
| 19 | elkaar toesprekend met psalmen, hymnen en geestelijke gezangen, zingend en psalmend voor de Heer met heel uw hart,
| |
| 20 | altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus dank brengend aan onze God en Vader,
| |
| 21 | u aan elkander onderschikkend in eerbied voor Christus,-
| |
| 22 | de vrouwen aan de mannen met wie ze eigen zijn als aan de Heer,
| |
| 23 | omdat de man ‘hoofd’ van de vrouw is zoals ook de Gezalfde hoofd is van de vergadering, hij, de redder van het lichaam.
| |
| 24 | Nee, zoals de vergadering zich onderschikt aan de Gezalfde, zo ook de vrouwen aan de mannen, in alles;
| |
| 25 | de mannen: hebt de vrouwen lief zoals ook de Gezalfde de vergadering heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven,
| |
| 26 | opdat hij haar zou heiligen; hij heeft haar ook gereinigd in het waterbad, door zijn woord,
| |
| 27 | om zelf haar in heerlijkheid naast zich te plaatsen: de vergadering zonder vlek of rimpel of wat dan ook van zulke dingen; nee, opdat zij heilig zal zijn en onbesmet;
| |
| 28 | zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouwen lief te hebben als hun eigen lichamen; want wie zijn vrouw liefheeft heeft ook zichzelf lief;
| |
| 29 | want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, nee, hij voedt het en verzorgt het zoals ook de Gezalfde de vergadering,
| |
| 30 | omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam.
| |
| 31 | ‘Daarom zal een mens vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en zij zullen zijn, die twee, tot één vlees.’ (Gen. 2,24)
| |
| 32 | Dit geheimenis is groot, maar ik zeg dit met het oog op Christus en de vergadering.
| |
| 33 | In elk geval moet ook gij, ieder in het bijzonder, zijn vrouw zó liefhebben: als zichzelf, en opdat de vrouw de man kan eerbiedigen.
| |