‘Eer je vader en je moeder’, dat is een eerste gebod met een verkondiging:
3
‘opdat het je wél zal gaan en je lang zult leven op de aarde!’ (Ex. 20,12)
4
En de vaders: vertoornt uw kinderen niet, maar voedt ze op in de ‘lering en vermaning’ van de Heer!
5
De dienaars: gehoorzaamt aan hen die naar het vlees uw heren zijn ‘met vreze en beven’, in eenvoud van uw hart, zoals aan de Gezalfde;
6
niet met ogendienst, zoals mensenbehagers doen, maar als dienaars van Christus, die de wil van God doen met hart en ziel* Letterlijk: van ziel uit.,
7
bereidwillig dienstbaar als aan de Heer en niet aan mensen,
8
in het besef dat ieder al wat hij aan goeds doet zal terugkrijgen van de Heer, of hij nu dienaar is of vrije.
9
En de heren: doet hetzelfde jegens hen, en laat het dreigen achterwege, in het besef dat hun en uw Heer in de hemelen is en er geen aanneming van het aanschijn bij hem is!
10
Voor het overige, broeders-en-zusters van mij: weest krachtig in de Heer en in zijn sterke macht!
11
Bekleedt u met de wapenrusting van God, opdat ge kunt standhouden tegen de sluipwegen van de uiteenwerper;
12
want onze strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de gezagsdragers, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, en tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
13
Neemt daarom aan: de wapenrusting van God, opdat ge weerstand kunt bieden op de dag van het boze, en met inzet van alles uw werk doende standhoudt.