Bekleedt u met de wapenrusting van God, opdat ge kunt standhouden tegen de sluipwegen van de uiteenwerper;
12
want onze strijd is niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de gezagsdragers, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, en tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.
13
Neemt daarom aan: de wapenrusting van God, opdat ge weerstand kunt bieden op de dag van het boze, en met inzet van alles uw werk doende standhoudt.
14
Houdt dan stand ‘uw lende omgordend met waarachtigheid’, ‘u bekledend met het pantser der gerechtigheid’,
15
‘de voeten geschoeid met de bereidheid voor de verkondiging van de vrede’ (Jes. 11,5; 59,17; 52,7),
16
in dit alles opnemend het schild dat het geloof is, waarmee ge alle brandende pijlen van de boze zult kunnen doven;
17
ontvangt ook de ‘helm des heils’ (Jes. 59,17) en het ‘zwaard van de Geest’ (Jes. 11,4), dat is: het woord van God,-
18
in alle aanbidding en smeking te aller stond biddend in de kracht van de Geest, en daartoe nachtwaken houdend met alle volharding en smeking voor al de heiligen,-
19
ook voor mij, opdat, als ik mijn mond open doe, mij een woord gegeven wordt om in vrijmoedigheid bekend te maken het geheimenis dat de verkondiging is,
20
en waarvan ik, hoewel geketend, een gezant ben,- opdat ik er vrijmoedig mee mag zijn, zoals het mijn plicht is te spreken.