Instellingen

12


hoe kan ik alléén dragen

uw last, uw draagvracht, uw twistgeding?-

13


zorgt voor mannen die wijs zijn,
   verstandig en welbekend
   uit uw stammen,

dan zal ik hen inzetten als hoofden over u!

14


Gij hebt mij geantwoord,-

en gezegd:
goed is het woord dat je hebt gesproken
   om te doen!

15


Ik nam

de hoofden van uw stammen,
mannen wijs en welbekend,
en gaf hen als hoofden over u:
oversten over duizendtallen,
   oversten over honderden,

oversten over vijftig
   en oversten over tientallen,

en opzichters over uw stammen.

16


Ik gebood uw rechters

in dat tijdsgewricht en zei:
hoort alles tussen broeders van u aan
   en spreekt recht in gerechtigheid

tussen een man en zijn broeder,
   of de zwerver-te-gast bij hem te gast;

17


ge zult geen aanzien-des-persoons
   erkennen in de rechtspraak,

zowel de kleine als de grote zult ge aanhoren;
ge zult niet uitwijken
   voor het aanzien van een man,

want de rechtspraak, van God is die;
het woord dat* Of: de zaak die. te hard voor u is
zult ge tot mij doen naderen,
   dan zal ik het* Of: die. aanhoren!

18


Ik gebood u in dat tijdsgewricht

het geheel van de woorden die ge moet doen!

19


Opgebroken zijn we toen van Horeb

en we gingen
door heel die grote
   en vreeswekkende woestijn

die ge hebt gezien
op weg naar het bergland van de Amoriet,
zoals de Ene, God-over-ons,
   ons heeft geboden;

en we kwamen
tot Kadeesj Barnea.

20


Toen zei ik tot u:

gekomen zijt ge tot aan het bergland
   van de Amoriet,

dat de Ene, God-over-ons,
   bezig is aan ons te geven;

21


zíe,- gegeven heeft de Ene, God-over-jou,
   het land aan jouw aanschijn:

klim óp en beërf het,
zoals tot jou gesproken heeft de Ene,
   de God van je vaderen;

vrees niet en laat je niet breken!