de Ene, God-over-u, heeft u vermenigvuldigd,- en hier zijt ge vandaag: als de sterren aan de hemel zo’n veelheid!
11
De Ene, de God van uw vaderen, zal aan u toevoegen wat ge nu zijt duizendmaal,- en u zegenen, zoals hij tot u heeft uitgesproken;
12
hoe kan ik alléén dragen uw last, uw draagvracht, uw twistgeding?-
13
zorgt voor mannen die wijs zijn, verstandig en welbekend uit uw stammen, dan zal ik hen inzetten als hoofden over u!
14
Gij hebt mij geantwoord,- en gezegd: goed is het woord dat je hebt gesproken om te doen!
15
Ik nam de hoofden van uw stammen, mannen wijs en welbekend, en gaf hen als hoofden over u: oversten over duizendtallen, oversten over honderden, oversten over vijftig en oversten over tientallen, en opzichters over uw stammen.
16
Ik gebood uw rechters in dat tijdsgewricht en zei: hoort alles tussen broeders van u aan en spreekt recht in gerechtigheid tussen een man en zijn broeder, of de zwerver-te-gast bij hem te gast;
17
ge zult geen aanzien-des-persoons erkennen in de rechtspraak, zowel de kleine als de grote zult ge aanhoren; ge zult niet uitwijken voor het aanzien van een man, want de rechtspraak, van God is die; het woord dat* Of: de zaak die. te hard voor u is zult ge tot mij doen naderen, dan zal ik het* Of: die. aanhoren!
18
Ik gebood u in dat tijdsgewricht het geheel van de woorden die ge moet doen!