Instellingen

9


Ik heb tot u gezegd

in dat tijdsgewricht,- ik zei:
ik alléén ben niet bij machte u te dragen;

10


de Ene, God-over-u,
   heeft u vermenigvuldigd,-

en hier zijt ge vandaag:
als de sterren aan de hemel zo’n veelheid!

11


De Ene,

de God van uw vaderen,
zal aan u toevoegen
   wat ge nu zijt duizendmaal,-

en u zegenen,
zoals hij tot u heeft uitgesproken;

12


hoe kan ik alléén dragen

uw last, uw draagvracht, uw twistgeding?-

13


zorgt voor mannen die wijs zijn,
   verstandig en welbekend
   uit uw stammen,

dan zal ik hen inzetten als hoofden over u!

14


Gij hebt mij geantwoord,-

en gezegd:
goed is het woord dat je hebt gesproken
   om te doen!

15


Ik nam

de hoofden van uw stammen,
mannen wijs en welbekend,
en gaf hen als hoofden over u:
oversten over duizendtallen,
   oversten over honderden,

oversten over vijftig
   en oversten over tientallen,

en opzichters over uw stammen.

16


Ik gebood uw rechters

in dat tijdsgewricht en zei:
hoort alles tussen broeders van u aan
   en spreekt recht in gerechtigheid

tussen een man en zijn broeder,
   of de zwerver-te-gast bij hem te gast;

17


ge zult geen aanzien-des-persoons
   erkennen in de rechtspraak,

zowel de kleine als de grote zult ge aanhoren;
ge zult niet uitwijken
   voor het aanzien van een man,

want de rechtspraak, van God is die;
het woord dat* Of: de zaak die. te hard voor u is
zult ge tot mij doen naderen,
   dan zal ik het* Of: die. aanhoren!

18


Ik gebood u in dat tijdsgewricht

het geheel van de woorden die ge moet doen!