Instellingen

22


Ja, als ge het waakzaam bewaken zult,
   heel dit gebod

dat ik u gebied om te doen,-
en zult liefhebben
de Ene, God-over-u,
   door te wandelen in al zijn wegen
   en vast te houden aan hem,-

23


onterven zal dan de Ene al deze volkeren
   van uw aanschijn;

onterven zult ge volkeren
groter en steviger dan gij;

24


heel het oord

waarop de holte van uw voet zijn weg gaat
   zal voor ú wezen;

van de woestijn tot de Libanon,
   van de Rivier, de rivier de Eufraat,

tot aan de Achterzee
zal het uw gebied worden.

25


Geen man zal zich posteren
   voor uw aanschijn;

schrik voor u en vrees voor u
   zal de Ene, uw God, geven

over het aanschijn van al het land
   waarover ge uw weg zult gaan,-

zoals hij tot u heeft gesproken.
••

26


Zie,

ik geef aan uw aanschijn heden
zegen en vloek;

27


de zegen,-

waar ge gehoor geeft
aan de geboden van de Ene uw God,
welke ik u heden gebied;

28


de vloek,-

waar ge níet hoort
   naar de geboden van de Ene, uw God

en afwijkt van de weg
welke ik u heden gebied,-
door achterna te gaan:
andere goden, die ge niet kent!
••

29


Geschieden zal het:

wanneer de Ene, uw God, u doet komen
in het land
waar je nu binnenkomt om het te beërven,-
geven zul je dan de zegen
   over de berg Gerizíem

en de vloek over de berg Ebal.

30


Liggen die niet aan de overzij
   van de Jordaan?-

achter de weg naar zonne-thuiskomst
in het land van de Kanaäniet
die zetelt op de Aravavlakte,-
tegenover de Gilgal,
terzijde van de godseiken van Moree.

31


Want ge gaat de Jordaan oversteken

om binnen te komen en te beërven het land
dat de Ene, uw God, u gaat geven;
ge zult het beërven en erop zetelen.

32


Weest waakzaam om te doen

alle inzettingen en rechtsregels
die ik heden aan uw aanschijn geef!