Dit zijn de inzettingen en de rechtsregels, die ge zult bewaken om te doen in het land dat de Ene, de God van je vaderen, heeft gegeven aan jou om het te beërven,- al de dagen dat gij op de –rode– grond leeft.
Laten verdwijnen, ja verdwijnen, zult ge al de oorden waar de volkeren die ge gaat onterven hun goden hebben gediend: op de rijzige bergen, op de heuvels en onder elke altijd-groene boom.