Instellingen

1


Heel het woord

dat ik u gebied,
dat zult ge waakzaam dóen;
voeg er niet bij
en schraap er niet vanaf!

2


Wanneer opstaat in je kring: een profeet* In veel vertalingen begint hier hoofdstuk 13.

of een dromer van een droom,-
hij gaf aan jou een teken of een wonder

3


en uitgekomen is het teken of het wonder

waarvan hij tot jou heeft gesproken,-
   en hij zegt:

laten we verdergaan
achter andere goden aan, die ge niet kent,
en laten we hén dienen!,

4


hoor niet

naar de woorden van die profeet
of naar de dromer van die droom;
want, op de proef stelt
de Ene, uw God, u dan
om te weten
of ge liefhebt, de Ene, uw God,
met heel uw hart en met heel uw ziel!

5


Achter de Ene zult ge voortgaan
   en hém vrezen;

zíjn geboden zult ge bewaken
   en naar zíjn stem horen,

hém zult ge dienen
   en aan hém zult ge u hechten!