Instellingen

1


Offer niet aan de Ene, je God,

een rund of een lam
waaraan een gebrek is,
   welke kwade zaak dan ook,-

want een gruwel voor de Ene, je God, is dat.
••

2


Stel, aangetroffen wordt in je kring
   binnen een van je poorten

welke de Ene, je God, je geeft,
een man of een vrouw
die doet wat kwaad is
   in de ogen van de Ene, je God,
   en daarmee het verbond met hem
   overtreedt:

3


hij gaat heen

en dient andere goden
en buigt zich voor hen:
voor de zon of voor de maan
of voor heel de strijdschaar des hemels,
   wat ik heb verboden;

4


het is je gemeld, je hebt het gehoord:

zoek het dan goed uit
en blijkt hij wáár, vaststaand, de zaak,
gedáán werd deze gruwel bij Israël,-

5


voer dan die man

of die vrouw
   die deze kwade zaak gedaan hebben
   naar buiten naar je poorten,

de man dus
of de vrouw,-
en bekogel ze dan met stenen
   totdat ze dood zijn.

6


Op de mond van twee getuigen

of van drie getuigen zal hij worden gedood;
hij mag níet worden gedood
op de mond van één.

7


De hand van de getuígen

zij het éérst op hem om hem te doden,
de hand van heel de gemeente daarna;
wegbranden zul je het kwaad uit je kring!

8


Wanneer een zaak
   je te wonderlijk is voor rechtspraak,

tussen bloed en bloed,
   tussen geschil en geschil,

tussen schade en schade,
zaken van twistgedingen in je poorten,-
sta dan op en klim op
naar het oord
dat de Ene, je God, zal uitkiezen.

9


Ben je aangekomen

bij de priesters,- de Levieten,
en bij de gerechtsbeambte
die er zal wezen in die dagen,-
vraag dan en zij zullen je melden
de uitspraak van het recht.

10


Doe dan

naar last* Letterlijk: mond. van de uitspraak die zij je melden
vanuit dat oord
dat de Ene zal uitkiezen;
wees waakzaam om te doen
naar al wat zij je aanwijzen.

11


Naar last van de aanwijzing
   die zij je aanwijzen

en naar de rechtsoverweging
   die zij je zullen zeggen, zul je doen;

je zult niet afwijken
van de uitspraak die ze je zullen melden
   naar rechts of links.

12


En de man

die handelt in overmoed,
door niet te horen naar de priester
   die er staat

om daar de Ene, je God, ter zijde te staan,
of naar de gerechtsbeambte,-
sterven zal die man,
wegbranden zul je het kwaad uit Israël!

13


Heel de gemeente,
   laten ze het horen en vrezen;

dan zullen ze niet nógmaals overmoedig zijn.
••