geheel naar wat je gevraagd hebt van de Ene, je God, bij Horeb, op de dag van de vergadering, toen je zei: ik kan niet langer horen de stem van de Ene, mijn God, en dit grote vuur moet ik niet nóg eens zien, wil ik niet sterven!
17
Toen zei de Ene tot mij: ze doen góed met wat ze gesproken hebben:
18
een profeet zal ik voor hen doen opstaan uit de kring van hun broeders, zoals jij; geven zal ik mijn uitspraken in zíjn mond, spreken zal hij dan tot hen al wat ik hem zal gebieden.