Instellingen

15


Een profeet uit je kring, uit je broeders,
   zoals ik,

zal de Ene, je God, voor jou doen opstaan;
naar hem zult ge horen!-

16


geheel naar wat je gevraagd hebt
   van de Ene, je God, bij Horeb,

op de dag van de vergadering, toen je zei:
ik kan niet langer
horen de stem van de Ene, mijn God,
en dit grote vuur moet ik niet nóg eens zien,
   wil ik niet sterven!

17


Toen zei de Ene tot mij:

ze doen góed met wat ze gesproken hebben:

18


een profeet zal ik voor hen doen opstaan
   uit de kring van hun broeders, zoals jij;

geven zal ik mijn uitspraken in zíjn mond,
spreken zal hij dan tot hen
al wat ik hem zal gebieden.

19


En het zal geschieden:

de man die niet hoort naar mijn uitspraken
welke hij zal spreken in mijn naam,-
zelf zal ik het van hem terugvragen!

20


Echter, de profeet

die zo onbekookt is
   om een woord te spreken in mijn naam

dat ik hem niet geboden heb te spreken,
of die zal spreken
in de naam van andere goden,-
stérven zal hij, die profeet!

21


Stel, je zegt in je hart:

hoe kunnen we het spreken onderkennen
dat niet door de Ene is gesproken?-

22


wanneer de profeet
   wel spreekt in de naam van de Ene

maar het gesprokene
   geschiedt niet en komt niet uit,

dan is dát de sprake
die níet door de Ene is gesproken;
in onbekooktheid heeft de profeet
   gesproken,-

wees er niet beducht voor.
••