geheel naar wat je gevraagd hebt van de Ene, je God, bij Horeb, op de dag van de vergadering, toen je zei: ik kan niet langer horen de stem van de Ene, mijn God, en dit grote vuur moet ik niet nóg eens zien, wil ik niet sterven!
17
Toen zei de Ene tot mij: ze doen góed met wat ze gesproken hebben:
18
een profeet zal ik voor hen doen opstaan uit de kring van hun broeders, zoals jij; geven zal ik mijn uitspraken in zíjn mond, spreken zal hij dan tot hen al wat ik hem zal gebieden.
19
En het zal geschieden: de man die niet hoort naar mijn uitspraken welke hij zal spreken in mijn naam,- zelf zal ik het van hem terugvragen!
20
Echter, de profeet die zo onbekookt is om een woord te spreken in mijn naam dat ik hem niet geboden heb te spreken, of die zal spreken in de naam van andere goden,- stérven zal hij, die profeet!
21
Stel, je zegt in je hart: hoe kunnen we het spreken onderkennen dat niet door de Ene is gesproken?-
22
wanneer de profeet wel spreekt in de naam van de Ene maar het gesprokene geschiedt niet en komt niet uit, dan is dát de sprake die níet door de Ene is gesproken; in onbekooktheid heeft de profeet gesproken,- wees er niet beducht voor. ••