| 1 | Wanneer de Ene, je God, de volkeren wegmaait wier land de Ene, je God, nu geeft aan jou,- en jij ze hebt onterfd en zetelen zult in hun steden en in hun huizen,
| |
| 2 | drie steden zul je je dan afzonderen in dat land van jou dat de Ene, je God, je geeft om het te beërven.
| |
| 3 | Bereid, jij, de weg, en deel dan in drieën: het gebied van je land dat de Ene, je God, je zal toedelen; en het zal geschieden dat dáárheen elke doodslager kan vluchten.
| |
| 4 | Dit is het woord over de doodslager die daarheen zal vluchten en mag blijven leven: wanneer iemand zijn naaste een doodsklap geeft zonder het te weten, terwijl hij hem geen haat toedroeg gister en eergister;
| |
| 5 | wanneer iemand met zijn naaste in het woud komt om bomen te kappen: zijn hand zwaait met de bijl om de boomstam door te hakken,- het ijzer schiet van de steel en treft zijn naaste zo dat die sterft: hij mag vluchten naar één van deze steden en blijven leven.
| |
| 6 | Anders zal de losser van het bloed de doodslager najagen omdat zijn hart verhit raakt, en zal hij hem inhalen omdat de weg te lang is, en een levende ziel een doodsklap geven,- terwijl voor hem geen recht om te doden geldt, omdat hij hem geen haat toedroeg, gister en eergister.
| |
| 7 | Daarom gebied ik je en zeg ik: drie steden zul jij, ja jij, afzonderen! ••
| |
| 8 | Als de Ene, je God, je gebied zal verruimen, zoals hij heeft gezworen aan je vaderen, en hij je zal geven heel het land dat hij aan je vaderen heeft toegezegd te geven,
| |
| 9 | wanneer je, door het te doen, heel dit gebod bewaakt dat ik je gebied vandaag: om lief te hebben de Ene, je God, en in zijn wegen te wandelen, al de dagen,- toevoegen zul jij, ja jij, dan nog eens drie steden aan deze drie:
| |
| 10 | onschuldig bloed zal er niet worden vergoten in het midden van je land dat de Ene, je God, je geeft ten erfdeel,- anders zal er over jou bloedschuld wezen! ••
| |
| 11 | Maar stel, een man is al een hater van zijn naaste, hij loert op hem, staat ineens voor hem en slaat hem zo op z’n ziel dat hij sterft,- en hij vlucht naar een van deze steden:
| |
| 12 | de oudsten van zijn stad zullen bericht zenden en hem van daar weghalen; ze zullen hem overgeven in de hand van de bloedlosser zodat hij sterft.
| |
| 13 | Laat je oog hem niet verschonen: ‘bloed van de onschuldige’, wegbranden zul je dat uit Israël, dan zal het je goed gaan. ••
| |