Instellingen

18


Stel, er is bij iemand

een zoon die lastig en weerspannig is;
hij hoort niet
naar de stem van zijn vader
   en de stem van zijn moeder;

ze kastijden hem
maar hij hoort niet naar hen,-

19


vastgrijpen zullen hem
   zijn vader en zijn moeder;

naar buiten brengen zullen ze hem
   naar de oudsten van zijn stad,
   naar de poort van zijn woonoord;

20


zeggen zullen ze dan

tot de oudsten van zijn stad:
deze zoon van ons is lastig en weerspannig,
hij hoort niet naar onze stem,-
een slemper en een drinker!

21


Alle oudsten van zijn stad
   zullen hem met stenen gooien
   totdat hij dood is;

wegbranden zul je het kwaad uit je kring:
heel Israël, ze zullen het horen en vrezen!
••

22


En stel, er geschiedt door iemand

een zonde waarop de doodstraf staat
   en hij is ter dood gebracht,-

en je hebt hem opgehangen aan een paal:

23


laat dan zijn lijk niet overnachten
   aan de paal;

want begraven,
   ja begraven zul je hem op diezelfde dag,

want een gehangene
   is een vervloeking van God;

je zult je –rode– grond
welke de Ene, je God,
je als erfdeel geeft, niet verontreinigen!
••