Instellingen

22


En stel, er geschiedt door iemand

een zonde waarop de doodstraf staat
   en hij is ter dood gebracht,-

en je hebt hem opgehangen aan een paal:

23


laat dan zijn lijk niet overnachten
   aan de paal;

want begraven,
   ja begraven zul je hem op diezelfde dag,

want een gehangene
   is een vervloeking van God;

je zult je –rode– grond
welke de Ene, je God,
je als erfdeel geeft, niet verontreinigen!
••