Nooit neme een man de vrouw van zijn vader* In veel vertalingen is dit vers 22,30 en begint hoofdstuk 23 in vers 2.; nooit legge hij de ‘vleugel’ van zijn vader bloot. ••
Nooit kome een die door kneuzing geplet is, of iemand met afgesneden plasser, in de vergadering van de Ene. ••
3
Nooit kome een bastaard in de vergadering van de Ene; zelfs het tiende geslacht van hem zal niet komen in de vergadering van de Ene. ••
4
Nooit kome een Amoniet of een Moabiet in de vergadering van de Ene; zelfs het tiende geslacht van hen zal niet komen in de vergadering van de Ene tot in eeuwigheid.
5
Om reden dat ze jullie niet tegemoetgekomen zijn met brood en met water onderweg bij jullie uittocht uit Egypte,- en omdat men tegen jou gehuurd heeft Bileam, de zoon van Beor, uit Petor in Aram-van-de-twee-stromen, om jou te vervloeken.
6
Maar de Ene, je God, heeft niet naar Bileam willen horen, en de Ene, je God, veranderde voor jou de vervloeking in zegen; want een die jou liefheeft is de Ene, je God.
7
Nooit zul je de vrede voor hen en het goede voor hen zoeken,- al je dagen, voor eeuwig! ••
8
Maar nooit mag je gruwen van een Edomiet, want een broeder van je is hij; •• nooit mag je gruwen van een Egyptenaar, want zwerver-te-gast ben je geweest in zijn land.
9
Kinderen die bij hen geboren worden?- het derde geslacht van hen mag komen in de vergadering van de Ene. ••