Instellingen

1


Nooit neme een man

de vrouw van zijn vader* In veel vertalingen is dit vers 22,30 en begint hoofdstuk 23 in vers 2.;
nooit legge hij de ‘vleugel’
   van zijn vader bloot.

••

2


Nooit kome een die door kneuzing geplet is,
   of iemand met afgesneden plasser,
   in de vergadering van de Ene.

••

3


Nooit kome een bastaard
   in de vergadering van de Ene;

zelfs het tiende geslacht van hem
zal niet komen
   in de vergadering van de Ene.

••

4


Nooit kome een Amoniet of een Moabiet
   in de vergadering van de Ene;

zelfs het tiende geslacht
van hen zal niet komen
   in de vergadering van de Ene
   tot in eeuwigheid.

5


Om reden dat ze

jullie niet tegemoetgekomen zijn
   met brood en met water

onderweg bij jullie uittocht uit Egypte,-
en omdat men tegen jou gehuurd heeft
   Bileam, de zoon van Beor,

uit Petor in Aram-van-de-twee-stromen,
   om jou te vervloeken.

6


Maar de Ene, je God,

heeft niet naar Bileam willen horen,
en de Ene, je God, veranderde
   voor jou de vervloeking in zegen;

want een die jou liefheeft
   is de Ene, je God.

7


Nooit zul je de vrede voor hen
   en het goede voor hen zoeken,-

al je dagen, voor eeuwig!
••

8


Maar nooit mag je gruwen van een Edomiet,

want een broeder van je is hij;
••
nooit mag je gruwen van een Egyptenaar,
want zwerver-te-gast ben je geweest
   in zijn land.

9


Kinderen die bij hen geboren worden?-
   het derde geslacht

van hen mag komen
   in de vergadering van de Ene.

••