| 1 | Wanneer een man een vrouw neemt en haar meester wordt,- geschieden zal het als ze geen genade vindt in zijn ogen omdat hij haar heeft aangetroffen in een zaak van naaktheid: schrijven zal hij voor haar een akte* Letterlijk: briefrol of boekrol. van scheiding, haar die in de hand geven en haar heenzenden uit zijn huis.
| |
| 2 | Vertrekken zal ze uit zijn huis,- heengaan en wezen voor een andere man.
| |
| 3 | Is de latere man haar gaan haten,- zal hij voor haar een akte van scheiding schrijven, haar die in de hand geven en haar heenzenden uit zijn huis,- of wanneer de latere man sterft die haar zich tot vrouw genomen heeft,
| |
| 4 | dan is het onmogelijk dat haar eerdere heer, die haar heeft heengezonden, haar weer neemt en zij hem tot vrouw wordt nádat zij zich heeft laten verontreinigen; want, een gruwel is dat voor het aanschijn van de Ene; je mag het land niet laten zondigen dat de Ene, je God, je als erfdeel geeft. ••
| |
| 5 | Stel, een man neemt een nieuwe vrouw, dan zal hij niet uittrekken in de strijdschaar en men zal niet bij hem in-en-uitlopen voor welke zaak ook,- vrij zal hij wezen voor zijn huishouden, één jaar lang, verheugen zal hij de vrouw die hij heeft genomen! ••
| |
| 6 | Nooit mag men op molenstenen beslag leggen, of op de roller,- want op lijf-en-ziel legt men dan beslag! ••
| |
| 7 | Wanneer iemand wordt aangetroffen als dief van een levende ziel, van een van zijn broeders uit de zonen Israëls, en hij heeft hem gebrutaliseerd en verkocht,- sterven zal die dief; wegbranden zul je het kwaad uit je kring!
| |
| 8 | Waak erover bij een plaag van Egyptische ziekte om zeer waakzaam te zijn en om te doen naar al wat de priesters, de levitische, u zullen leren,- zoals ik hun heb geboden zult ge waken om te doen. ••
| |
| 9 | Gedenk wat de Ene, je God, gedaan heeft aan Mirjam,- onderweg bij uw uittocht uit Egypte! ••
| |
| 10 | Wanneer je aan je naaste iets uitleent, een lening van hoe-weinig-ook,- kom je niet zijn huis binnen om zijn onderpand als pand te nemen;
| |
| 11 | buíten blijf je staan,- en de man aan wie je hebt geleend brengt zelf het pand tot jou, buiten!
| |
| 12 | En als hij een behoeftig man is,- leg je dan niet neer met zijn pand;
| |
| 13 | terug, ja terugbrengen zul je hem het pand als de zon thuiskomt, neerliggen zal hij in zijn eigen mantel en jou zegenen; en het zal voor jou gerechtigheid wezen voor het aanschijn van de Ene, je God. ••
| |
| 14 | Je zult een behoeftige en arme dagloner niet afpersen,- of het nu een van je broeders is of een zwerver-te-gast bij je in je land, in je poorten.
| |
| 15 | Op de dag zelf geef je hem zijn loon,- daarover mag de zon niet ondergaan; want een behoeftige is hij, en dáárnaar heft hij zijn ziel op; laat hij niet over jou hoeven roepen tot de Ene, anders zal er zonde wezen door jou… ••
| |
| 16 | Niet zullen vaders worden gedood om zonen, en zonen zullen niet worden gedood om vaders: een man zal om zijn eigen zonde worden gedood. ••
| |
| 17 | Buig niet het recht van een zwerver-te-gast, van een wees; leg geen beslag op het gewaad van een weduwe.
| |
| 18 | Gedenken zul je dat je dienstknecht bent geweest in Egypte, en de Ene, je God, je daaruit heeft losgekocht; dáárom gebied ik je te doen dit woord! ••
| |
| 19 | Wanneer je op het veld je maaioogst aan het maaien bent en je hebt op het veld een garf vergeten, keer dan niet terug om die mee te nemen,- voor de zwerver-te-gast, voor de wees en de weduwe zal die wezen; opdat de Ene, je God, je zal zegenen in alle doen van je hand.
| |
| 20 | Wanneer je je olijfboom afklopt moet je niet achteraf gaan schudden: voor de zwerver-te-gast, voor de wees en de weduwe zal hij wezen. ••
| |
| 21 | Wanneer je je wijngaard kaal snijdt, zul je die niet achteraf overdoen: voor de zwerver-te-gast, voor de wees en de weduwe zal hij wezen.
| |
| 22 | Gedenken zul je dat je dienstknecht bent geweest in het land van Egypte; dáárom gebied ik je te doen dit woord! ••
| |