Instellingen

1


Dan gebiedt Mozes, met Israëls oudsten,

de gemeente en zegt:
bewaak heel het gebod
dat ik u heden gebied!

2


Geschieden zal het:

op de dag
dat ge de Jordaan zult oversteken
naar het land
dat de Ene, je God, je geeft,-
zul je je grote stenen doen opstaan
en ze bestrijken met strijkkalk;

3


schrijven zul je op hen, na je oversteek,

alle woorden van dit onderricht,-
   bij je oversteek,-

omwille daarvan
dat je áánkomt in het land
   dat de Ene, je God, je geeft,-

een land dat overvloeit
   van melk en honing,

zoals de Ene, de God van je vaderen,
   tot je heeft gesproken.

4


Geschieden zal het:

na uw oversteek van de Jordaan
zult ge deze stenen doen staan,
zoals ik u heden gebied, op de berg Ebal;
bestrijken zul je ze met strijkkalk.

5


Bouwen zul je daar dan een altaar

voor de Ene, je God;
een altaar van stenen,-
over hen zul je geen ijzer zwaaien;

6


van héle stenen bouw je

het altaar van de Ene, je God;
doe daarop dan opgaan opgangsgaven
voor de Ene, je God;

7


ook vredesgaven zul je er offeren
   en dáár eten,

en je verheugen
voor het aanschijn van de Ene, je God!

8


Schrijven zul je op de stenen

al de woorden van dit onderricht,
duidelijk en goed!
••

9


Dan spreekt Mozes,
   met de priesters, de levitische,

tot heel Israël en zegt:
wees stil en hoor, Israël,
op deze dag ben je geworden
   tot een gemeente

voor de Ene, je God;

10


horen zul je

naar de stem van de Ene, je God,-
en doen zul je zijn geboden
   en zijn inzettingen,

die ik je heden gebied!
••